Waarom PFAS uit drinkwater halen zo duur is

Waarom PFAS uit drinkwater halen zo duur is

PFAS uit drinkwater halen kan, maar het kost veel geld, energie en materiaal. En zolang PFAS in rivieren worden geloosd, houdt het nooit op. Drinkwaterbedrijven noemen het zelf dweilen met de kraan open. In dit artikel leggen we uit waarom het zo duur is, en wie de rekening uiteindelijk betaalt.

Waarom PFAS zo lastig te verwijderen zijn

PFAS zijn gemaakt om onverwoestbaar te zijn. Ze breken in de natuur nauwelijks af en zitten al in zeer lage concentraties in het water: het gaat om nanogrammen per liter, miljardsten van een gram.

De gewone zuiveringsstappen van drinkwaterbedrijven, zoals zandfiltratie, beluchting en desinfectie, zijn niet gemaakt om PFAS eruit te halen. Daarvoor zijn extra, dure technieken nodig. Daar komt bij dat PFAS geen één stof zijn maar een familie van meer dan 10.000 stoffen, en niet elke techniek werkt voor elk type. Vooral de kleinste PFAS-moleculen zijn moeilijk te vangen.

Welke technieken nodig zijn, en waarom ze zo duur zijn

Er zijn twee hoofdtechnieken om PFAS uit water te halen. Allebei werken ze, en allebei hebben ze een flink prijskaartje.

1. Actieve kool
Dit is de bekendste methode. Het water stroomt door filters met actieve kool, waar PFAS aan blijven plakken. Het probleem: de kool raakt snel vol en PFAS slaan er dan doorheen. Volgens onderzoeksinstituut KWR moet de kool daardoor vier tot vijf keer vaker worden vervangen en verhit dan normaal. Dat betekent meer transport, hogere kosten en meer milieubelasting. Bovendien vangt actieve kool de allerkleinste PFAS, zoals TFA, nauwelijks.

2. Omgekeerde osmose
Hierbij wordt water met hoge druk door een heel fijn membraan geperst. Dat houdt veel meer PFAS tegen, maar kost veel energie. En op grote schaal gaat ongeveer een vijfde van het water verloren als afvalstroom, dus moet een drinkwaterbedrijf zo'n 25% meer water oppompen en voorzuiveren. Die afvalstroom zit vol geconcentreerde PFAS en moet ook weer apart worden verwerkt.

Wat kost dat?
Voor heel Nederland is nog geen totaalbedrag bekend, maar voorbeelden uit het buitenland geven een idee. In de Amerikaanse staat North Carolina bouwde één drinkwaterbedrijf een PFAS-installatie van meer dan 40 miljoen dollar, met zo'n 5 miljoen dollar per jaar aan bedrijfskosten.

Europese onderzoekers schatten dat PFAS-vervuiling Europa tot 2050 zo'n 440 miljard euro kost als er niets verandert, vooral door schade aan de gezondheid. Gaan landen strengere normen voor water en bodem hanteren zonder PFAS te verbieden, dan loopt dat op tot 1.700 miljard euro. Met een zo snel mogelijk totaalverbod blijft het bij 330 miljard. Kortom: blijven zuiveren zonder de bron aan te pakken, is de duurste route.

Wie betaalt de rekening?

Het korte antwoord: op dit moment vooral jij, via je waterrekening en via de belasting.

Via je waterrekening. Drinkwaterbedrijven zijn monopolisten. Hun tarieven mogen alleen de kosten van de drinkwatervoorziening dekken, en extra zuivering hoort daarbij. In 2026 betaal je gemiddeld €2,05 per 1.000 liter, of €2,71 inclusief belasting en btw. De tarieven stijgen al jaren: Vitens ging in 2025 met 11% omhoog, PWN van €1,77 naar €1,92 per 1.000 liter, en Dunea rekent in 2026 12 cent per 1.000 liter meer. De bedrijven noemen onder meer klimaatverandering, droogte en vervuiling als reden: er moet meer worden geïnvesteerd in winning, zuivering en opslag.

Via de belasting. Ook waterschappen, gemeenten en de overheid maken kosten voor het meten, zuiveren en opruimen van PFAS. Kamerleden waarschuwden al dat de belastingbetaler te vaak opdraait voor de schade.

En de vervuiler? Officieel is "de vervuiler betaalt" het uitgangspunt van Nederlandse en Europese wetgeving. Bedrijven moeten zelf betalen om hun lozingen te beperken, en bij bodemsaneringen wordt gekeken of de kosten op de veroorzaker kunnen worden verhaald. Maar PFAS komen uit duizenden bronnen, deels uit het buitenland via de Rijn en de Maas. Wie precies welke nanogram heeft geloosd, is vrijwel niet te bewijzen. In de praktijk komt de rekening dus grotendeels bij de waterdrinker terecht.

De drinkwatersector zelf vindt dat aanpakken bij de bron voorrang moet krijgen boven steeds verder zuiveren. Zolang PFAS worden geproduceerd en geloosd, blijft zuiveren een kostenpost zonder einde.

Wat betekent dit voor jou?

Totdat er een verbod komt, blijven PFAS in het water zitten en blijft zuiveren duur. Drinkwaterbedrijven verlagen de waarden stap voor stap, maar dat kost jaren en de kosten komen via je rekening bij je terug.

Je kunt in de tussentijd zelf iets doen, met dezelfde techniek als de drinkwaterbedrijven, maar dan op kleine schaal.

Hoe FILTR hierbij helpt

In de FILTR-fles zit een koolstoffilter: actieve kool, net als in de grote installaties. Het verschil is dat wij het filter niet tot het uiterste hoeven te rekken. Omdat PFAS na verloop van tijd door een filter heen kunnen slaan, hebben we bewust getest aan het eind van de filterlevensduur.

Vermindert PFOA, PFOS, PFHxA en PFDoS met meer dan 99%, ook aan het eind van de filterlevensduur (150 liter). Getest volgens DIN EN 17892 in een geaccrediteerd lab.

Daarom adviseren we je filter elke maand te vervangen. Zo blijft het werken zoals het moet, en betaal je voor schoon water geen miljoenen, maar een paar euro per maand.

Schoon water onderweg. Bekijk de FILTR-fles →

Bronnen